Wageningen, 6 maart 2026, door Mary Janssen
Voor wie een oud klassiek ambacht levend wil zien, is de werkplaats van beeldhouwer Toon Rijkers een aanrader. Gewichtige stenen, bakken vol met beitels, een grote compressor, een flinke werktafel, ruig gereedschap. Tevens een fijnzinnig punteerapparaat om de ruimtelijkheid van een beeld mee over te zetten in een steen.
Aan de hoge wand van de grote ruimte een indrukwekkende verzameling van reliëfs. De klassieke oudheid komt voorbij met portretten van de vroegere meesters. Koppen van mensen, een paard en engelen in klei, was, gips en steen. Maar ook fijne beelden gegoten in brons.
‘Een reden om mee te doen aan de Culturele Ronde is dat mensen ook eens een beeldhouwatelier kunnen zien. Hen het bijzondere ambacht te kunnen laten zien van het houwen. Gewoon met een beitel en hamer iets maken.’
Alles is geordend en heeft zijn plaats. Er lijkt een fijne logica te hangen midden in een poëtische sfeer van beelden die nog komen te ontstaan uit het ruwe steen. Aan de muur foto’s van gevelstenen die ergens in de openbare ruimte hun plek hebben gevonden. Op een grote bok een reliëf waarmee Toon aan het werk is. Het is eigenlijk ongelooflijk dat zulk precisiewerk gemaakt kan worden uit dat weinig meewerkende en toegeeflijke materiaal.
Teddy zijn witte herder is trouwe metgezel.
Toon maakt werk voor de openbare ruimte en voor particulieren. Behalve opdrachten maakt hij ook vrij werk. Core business zijn gevelstenen, verspreid over heel Nederland en ook in Wageningen. Voor een opdracht voor Weespersluis maakte hij 10 beelden van dieren en 5 gevelstenen.
Bij een werk gaat het er om een verhaal te vertellen. Daarvoor wordt hij gevoed door de informatie van de opdrachtgever maar doet hij ook zelf onderzoek. Het uiteindelijke werk ontstaat vanuit zijn eigen verbeelding van die context.
De gevelstenen in Weespersluis laten iets zien van de historie van de plaats. Bij de bronzen beelden komt zijn achtergrond als bioloog naar voren. Daarin zoekt hij naar een verrassende vorm: zoals je in de natuur verrast kunt worden door iets toevalligs, bijvoorbeeld een vogel die iets in zijn bek heeft of een houding van een vogel die gealarmeerd is.
Voor Toon is het belangrijk dat hij de vrijheid krijgt er zijn eigen geesteskind van te maken. Alleen maar een van tevoren bedacht ontwerp uitvoeren is voor hem niet erg uitdagend.
Geboeid vertelt hij over zijn gevelstenen in een Wageningse wijk die de ontwikkeling uitbeelden dat dieren uit de natuur steeds meer de stedelijke omgeving opzoeken en daar hun intrek nemen. Zoals mussen die op een fietsstuur landen in plaats van op een boom of ooievaars op lantarenpalen.
Hij geeft uitgebreid uitleg over het proces van het weghalen bij het uithakken in steen. Beginnend met de haakse slijper en uiteindelijk steeds fijner de vormen en diepte bepalen. Bij het boetseren is het juist opbouwen.
‘Het mooiste vind ik dat je iets creëert. Vanuit niets iets maken, bedenken, en maken. Het heeft bij mij altijd wel een bedoeling.’
Toon maakt ook eigen werk. Bronzen en stenen beelden. Ook hier is er een bedoeling. Zo werd hij geraakt door een foto van de bevrijding van een concentratiekamp. De blik van deze mensen en hun compositie trof hem. Dat gebruikte hij bij het maken van een beeldengroep van joodse mensen die bevrijd werden. Hij gaf hen hun waardigheid terug door het plaatsen van hun keppeltjes in de beelden.
Het maken is ook een mooi proces.
‘Ik begin met niks, bij het boetseren is het daarna opbouwen. Gewoon beginnen en doorgaan.’
Tijdens het proces zoals bij het hakken ontstaan weer nieuwe ideeën, juist omdat hij dan aan het maken is.
‘Mijn passie is om iets te maken en dat je daar naar toe groeit. Dat proces. Soms is het zuchten en zweten en zit je vast. Hoe ga ik verder? Dan zet ik toch weer een stap en dan werkt het. Het is dus geen saai beroep!’
Locatie van de werkplaats van Toon Rijkers is: Nude 54-G, Wageningen